Ouderlijke Anticipatie Angst

Ouderlijke Anticipatie Angst

Een van de onderwerpen die het vaakst langskomt bij ons in de praktijk gaat over motivatie en huiswerk. Tijdens het vorige open spreekuur over pubers viel weer op hoeveel ouders hier tegenaan lopen. Het duwen en trekken, de zorgen, de discussies en het eindeloos willen controleren zonder het gewenste resultaat. De heilige graal is natuurlijk een puber die zijn werk op tijd maakt, af heeft, zich voldoende inzet en op eigen initiatief begint. En het liefst nog met trots dat het gelukt is en een complimentje voor jouw goede hulp.

Misschien ligt het aan de doelgroep waar ik mee werk, maar volgens mij is die heilige graal de minderheid (ik doe geen uitspraken verder over percentages, veel te gevaarlijk). Troost jezelf enigszins met de gedachte dat het vaak voorkomt dat het maken van huiswerk en leerwerk niet vanzelfsprekend gaat. Ik krijg dan van ouders veel vragen over executieve functies, onderpresteren, motivatieproblematiek en hoe ze het beste kunnen helpen. Dit zijn ouders die vaak al goed ingelezen zijn in het puberbrein en veel verschillende tips en trucs al geprobeerd hebben. In mijn optiek is het normaal om vooral bezig te zijn met de verklaringen waarom de puber doet zoals hij doet, maar staan we ook wel eens stil bij de ouder en het onderliggende patroon? Ik introduceer graag een zelfbedachte diagnose voor dit syndroom: Ouderlijke Anticipatie Angst (OAA).

De diagnose

Symptomen zijn:

  • Overmatige spanning over het toekomstperspectief van eigen kind
  • Herhalende patronen in controlerend gedrag, zoals huiswerk navragen, Magister bekijken, docenten mailen en overhoren
  • Een grote kennis van leervaardigheden, zoals plannen, structureren en leren leren
  • Een overschatting van eigen verantwoordelijkheid voor motiveren en presteren van anderen
  • (Bijna) dwangmatige neiging om tips en trucs te delen om leervaardigheden te verbeteren
  • Vroegtijdige spanning – soms al weken van tevoren – omtrent prestatiemomenten van eigen kind
  • Een breed arsenaal aan manipulatietechnieken om gedrag van een ander te beïnvloeden, al dan niet effectief
  • Aanhoudende vermoeidheid
  • Chronisch serieus nemen van zichzelf, de maatschappij en het onderwijssysteem
  • Overschatting van de kans dat het niet goed komt met het eigen kind

 

Een risicogroep voor het ontwikkelen van Ouderlijke Anticipatie Angst:

  • Mensen met een groot hart en empathische betrokkenheid
  • Mensen met een goed anticipatievermogen
  • Mensen met wantrouwen jegens anderen om goed te kunnen helpen
  • Mensen met een puber die gevoelig is voor inperking van autonomie
  • Mensen met een puber die andere talenten heeft dan binnen het schoolsysteem een podium krijgen
  • Mensen die zich omgeven in gezelschap van anderen die ook OAA hebben of OAA aanwakkeren

 

Over het algemeen zijn mannen en vrouwen even vatbaar voor het ontwikkelen van OAA. De uiting kan echter verschillend zijn, waarbij de mannen vaker escalaties in betweterigheid (een wandelende encyclopedie aan levenslessen en goede ideeën zijn) en autoriteit laten zien en vrouwen meer een afwachtend, angstig patroon laten zien van lang over eigen grenzen heen gaan en afwachten tot een ander iets doet. OAA kan ook voorkomen bij ouders van kinderen buiten de puberteit en zich generaliseren naar andere gebieden waarop angstig gereageerd kan worden, zoals sociaal functioneren, studiekeuze en persoonlijke hygiëne.

Het patroon

Net als bij andere vormen van angststoornissen en anticipatieangst, ontwikkeld een persoon verschillende gewoontes om te zoeken naar korte termijn rust en geruststelling. Het ‘probleem’ is dus tegelijkertijd de oplossing, omdat je gedrag vertoont met als doel om weer tot rust te komen. Niemand is voor zijn lol angstig, wantrouwend of gespannen. Je moet dus een positieve innerlijke drijfveer hebben om dit gedragspatroon vol te houden. Simpelweg zeggen dat je moet loslaten is dus niet geruststellend. Dat zou hetzelfde zijn als iemand met smetvrees adviseren om eens per dat de WC bril te likken, omdat je dan meer ontspant.

Ingewikkeld bij OAA is wel de ‘by proxy’ aard. Hiermee bedoel ik dat een ander (namelijk de puber) sterk betrokken is bij de eigen angst. De geruststelling is dus in eerste instantie afhankelijk van het gedrag van een ander en niet van jezelf. Als de puber harder gaat werken, lijkt het probleem opgelost en lijkt jouw gedrag ook effectief. In het behandelen en verklaren van OAA is het dus geniepig om mee te gaan hierin en vooral over de puber en zijn gedrag te praten. Hiermee missen we echter de werkelijke aard van de angst en de interne attributie van de ouder om aan eigen patronen te werken.

Pubers zijn hierin specifiek geduchte tegenstanders. Kenmerkend aan pubers is namelijk de behoefte aan autonomie en rebelleren tegen inperking ervan. ‘Strijdend ten onder gaan’ bedoel ik hiermee, namelijk het uit het oog verliezen van eigen doelen in de strijd om weerstand te bieden aan een ander. Ze voelen dus de manipulatietechnieken vaak aan en hebben zelf een arsenaal aan weerstandtechnieken terug. Hierin ontstaat een gezamenlijk patroon, een soort dans, die zichzelf steeds herhaalt. Deze herhaling is tevens kenmerkend voor angststoornissen.

De behandeling

Het is dus te simpel om te zeggen dat mensen met OAA moeten loslaten. Dit geeft eerder een verhoging van spanning en zonder inzicht in de eigen problematiek is terugval door de ouders gangbaar. De eerste stap om hierin te groeien is interne attributie. Hiermee bedoel ik dat we over de OAA gaan praten als een eigen proces en patroon, daarmee niet vervallen in de valkuil om het over de puber te hebben. Zoals bij alle vormen van psychologische problematiek, zijn erkenning en interne attributie een randvoorwaarde om hier iets mee te doen.

Daarnaast zijn zelfspot en een nuchtere kijk erg belangrijk. Je zit namelijk in een patroon (de dans) dat herhalend is en vaak al jaren lang een gewoonte is. Door overkoepelend naar het patroon te kijken en in te zien dat het ook best grappig is wat er gebeurt. De gedachte ‘oja, daar gaan we/ga ik weer’ met een glimlach kunnen zeggen is veel waard.

Je zit namelijk samen in een patroon en als een van de twee ander gedrag vertoont, zal de ander proberen de gewoonte in stand te houden. Het helpt dus om ook aan jouw puber te melden dat je gaat ontwennen van jouw OAA. Het is dus zeker niet vanzelfsprekend dat het behandelen van OAA een efficiënt proces is en effectief is om de puber ook te activeren. Als jouw intentie voor de behandeling van je eigen OAA is om je puber tóch zover te krijgen dat hij zijn best gaat doen, dan kun je weer terug naar stap 1 (erkenning en interne attributie). Uiteindelijk is het doel van behandeling van OAA het krijgen van enige interne rust (niet volledig, je blijft tenslotte een ouder) en vertrouwen dat het wel goed komt. Net als bij andere angststoornissen, gaat het uiteindelijk niet om naïef en risicovol angstloos leven, maar om het vinden van een evenwicht tussen realistische/effectieve en onrealistische/ineffectieve angst. Jouw arsenaal aan tips, levenslessen en hulp gaat hierbij niet verloren en kan geactiveerd worden, ook zonder de anticipatieangst. Dit kan inderdaad betekenen dat je ‘foute’ keuzes van jouw puber ziet aankomen en nog steeds vertrouwen erin houdt dat het ergens wel goed komt. Betekent dit dat het niet fout gaat? Nee, misschien wordt het juist moeilijker als jij minder opvangt en ervaart je kind meer consequenties van eigen gedrag. Daarom is het verkrijgen van intern vertrouwen belangrijk, omdat je dan ook gevoelsmatig makkelijker persoonlijke grenzen kunt aangeven (ik ben niet meer bereid om XYZ van je over te nemen, want dat is oprecht niet nodig).

 

Er is dus nog hoop! En ik hoop niet dat hiermee hele bevolkingsgroepen beledigd zijn. Ik neem zomaar aan dat bovenstaande herkenbaar is voor velen en daardoor ook begrijpelijk. Hiernaast natuurlijk de disclaimer dat er genoeg situaties overblijven dat het wél foute boel is en je er goed aan doet om constructieve actie te ondernemen. Hierbij geen pleidooi voor kinderverwaarlozing of naïviteit. Ik hoop hiermee een andere manier van praten en kijken te geven over moeilijkheden die mensen met pubers ervaren. Met een kleine grinnik en oprechte intentie om te helpen.

1 Reactie
  • Sjaan Abel
    Geplaatst op 13:14h, 24 februari Beantwoorden

    Top artikel !

Geef een reactie