Mogen we lachen om problemen?

Mogen we lachen om problemen?

Ik heb een gesprek met een moeder van een puber. Ze vertelt over haar zoon en de zorgen die ze heeft over zijn executieve vaardigheden en zelfinzicht. Ze geeft hierbij meerdere voorbeelden van recente gebeurtenissen en vraagt of ik kan helpen. Laat ik deze zoon Wouter noemen en hij is 14 jaar. Wouter staat regelmatig onder de douche en vergeet dan zijn haren te wassen. Naderhand plakt zijn haar – inmiddels opgedroogd – vettig op zijn hoofd. Moeder vertelt over de zorgen rondom taakinitiatie en volgehouden aandacht. Hier is al hulp voor geweest en ze heeft het boek “Slim, maar” van Peg Dawson aanzienlijk beter gelezen dan ik. Toch blijven dit soort onhandige situaties voorkomen, ook op sociaal gebied. Wouter legt geregeld de schuld buiten zichzelf en wil geen gesprek aangaan met zijn ouders om zijn eigen aandeel te zien in een situatie. Hij lijkt zijn eigen aandeel ook niet te kunnen zien, hoe vaak ouders, leerkrachten of hulpverleners ook hierover met hem in gesprek willen. De vraag van moeder is of ik Wouter wel kan helpen om tot zelfinzicht en executieve functies te komen.

Ik moet lachen, omdat ik de hele situatie oprecht best grappig vind. Mijn hoofd gaat aan de haal met het verhaal van de moeder. Ik zie ze thuis al helemaal zitten met goedbedoelde vragen. “Hoe kun je het de volgende keer beter doen?” “Als je eerlijk bent over jezelf, dan zie jij ook wel dat je er moeite mee hebt en dat is natuurlijk niet erg.” “Hoe kun je jezelf helpen om de volgende keer wel je planner te gebruiken?”

“Hebben jullie thuis ook portfolio gesprekken en handelingsplannen?” Zeg ik. De moeder kijkt me verbaasd aan en moet lachen. Nee, natuurlijk niet, die hebben we al genoeg op school. Er wordt mij gevraagd om slimme analyses van sterktes en zwaktes te maken bij dit kind, zodat er een plan van aanpak kan komen om zijn executieve functies, zelfinzicht en liefst ook motivatie te verbeteren. Maar mag ik het ook grappig vinden? Waar zijn we soms mee bezig?! Is het niet heel vermoeiend om continu te moeten verbeteren en vaardigheden tegen een lat aan te leggen? Het schiet soms door tot iets ludieks, alsof je een soort functioneringsgesprek met je kind hebt!

Diepgang, ja! Zwaarte, nee!

Wil ik hiermee iets weglachen? Natuurlijk niet, ik wil oprecht helpen. Maar help ik deze mensen door hetzelfde te doen als wat zij zelf doen, namelijk het analyseren en steeds willen verbeteren? Ik merk vaak de zwaarte van het overanalyseren. Een flapdrol die vaak wat vergeet heeft problemen in zijn executieve functies. Een kind dat zo sociaal vaardig smoesjes kan bedenken en de gunfactor ook nog heeft, dat is een chronisch onderpresteerder die niet gesignaleerd wordt en zelfinzicht problemen heeft. Pffff, ik loop hier echt soms op leeg. Soms is een kind een flapdrol, gaat het leven rommeliger dan we kunnen bedenken en moet iemand twintig keer zijn gymspullen vergeten voordat hij op z’n minst één schoen in zijn tas doet. Is dat vervelend? Ja, vaak. Is dat iets waar we met een fronsrimpel over moeten peinzen tot we slimme dingen erover kunnen zeggen? Nee, vaak niet.

Dit betekent niet dat ik niet van analyseren houd en alles plat banaal maak. Analyseren is leuk, geeft inzicht en overzicht en kan iemand oprecht verder helpen. Kennis van zaken is belangrijk, zodat je tijdig signaleert wanneer iets schadelijk is en wat er onderliggend speelt. Waar ik voor wil waken, is een zwaarte. Zeker in het leven waarin veel al moeilijk of niet vanzelfsprekend gaat. Mensen zijn niet zielig, ook niet als ze vreselijke dingen meemaken. Ik help hen niet met medelijden, verhalen over hun jeugd en eindeloze verbeterpunten of assessments van vaardigheden. De vragen “Wat zit je nou te doen? Zie je zelf ook in dat dit best wel grappig is wat je nu doet?” zijn bevrijdend en helpend.

 

Ik heb het gevoel dat ik hierbij nog een paar disclaimers moet geven, voordat ik verkeerd begrepen word:

  • Vind ik ouders die hiermee bezig zijn dan pusherige ouders? Nee, dat is te kort door de bocht. Ouders bedoelen het vaak goed, worden ook aangewakkerd door een hoop anderen en het is ook een talent om sterk te analyseren. Het is een analytische vorm van zorgzaamheid en omgaan met stress.
  • Vind ik dat we kinderen dan aan hun lot over moeten laten, omdat toch niks helpt? Nee, kinderen helpen met zelfinzicht en het aanreiken van tools lijkt me een taak van opvoeders (in brede zin van het woord, dus ook leerkrachten en hulpverleners). Maar het mag ook met humor en in het doen, in plaats van planmatig alles uitkauwen.
  • Vind ik dat een gebrek aan executieve functies en onderpresteren dan geen problemen zijn? Nee, niet per definitie. Ik snap best dat het handig is om handige vaardigheden te hebben en deze handig en vanuit gewoonte toe te passen. Daar kunnen we mensen bij helpen. Maar ik denk wel dat er hier geregeld in doorslaan, wat niet meer helpend is.
  • Vind ik het onbelangrijk of zinloos om kennis van zaken te hebben? Nee, natuurlijk niet! Juist om door te hebben wanneer analyses en uitleg wél nuttig zijn en wanneer iets wél schadelijk is, moet je expertise en ervaring hebben. En juist dus ook om door te hebben wanneer het geen zin heeft om te analyseren en nog eens te analyseren, met slimme termen.
  • Vind ik ouders belachelijk en lach ik ze uit? Nee, want je moet mensen wel serieus nemen in hun zijn en intenties. Maar moeten we daardoor alles fronsend serieus nemen en overal serieus over doen, nee. Met warmte én humor én uitdaging.

 

Die moeder ziet zichzelf in het vervolg al gaan….. Ze kan lachen om haar eigen neiging om een werkblad van Peg Dawson erbij te pakken. Met zelfrespect kan ze erom lachen als ze weer eens doorschiet en toch te veel controlerende vragen stelt, terwijl ze weet dat haar flapdrol puber met mijn ogen gaat rollen en een onzinnig antwoord geeft. Ze lacht om zichzelf, het herhalende patroon en om de rollende ogen, met zijn vettige plakhaar. Het ligt vast aan zijn executieve functies, haar jeugd, haar persoonlijkheidsprofiel, de systemische verhoudingen in het gezin, onderpresteren, identiteitsontwikkeling, hersenontwikkeling, mogelijk zelfs aan de stand van de maan. Daar hoeven we zeker geen ongelijk in te hebben, maar helpt het altijd om hiermee bezig te zijn?

1 Reactie
  • Judy Broomans
    Geplaatst op 20:51h, 02 augustus Beantwoorden

    Deze humorvolle relativering, kwam voor mij als ouder van een HBpuber, precies op het juiste moment; dankjewel, daarvoor!

Geef een reactie