Waarom ik het woord onderpresteren niet meer gebruik

Waarom ik het woord onderpresteren niet meer gebruik

Met het klaarmaken van de nieuwe infotheek op onze website, ben ik door alle artikelen heen gegaan. Daarin merkte ik hoe veel er is veranderd in de afgelopen jaren. Ik ben gematigder gaan kijken naar veel zaken en gebruik veel termen niet meer die ik eerder wel gebruikte. Onderpresteren is hier een hele belangrijke term in, die ik zo veel mogelijk probeer te vermijden in zowel artikelen, lezingen en verslagen. Graag leg ik uit waarom.

Onderpresteerders zijn mensen

In gesprekken met kinderen merk ik regelmatig dat zij feilloos door hebben welke termen er gebruikt worden om hun gedrag te omschrijven. Ook termen als faalangst, hoogbegaafdheid en bijvoorbeeld lui vallen hieronder. Dit doet iets met de identiteitsvorming van een kind. Het kan een versterkend effect hebben op gedrag van een kind en onzekerheid geven. Een persoon ‘een onderpresteerder’ noemen, geeft een bevestiging dat je zo naar iemand kijkt en dat ook van een ander verwacht. Dat is vaak niet de intentie, maar ik wil er vooral om waken.

De heilige graal van ‘op’ presteren

Ook het noemen van de term onderpresteren in een onderzoeksrapportage doe ik al langere tijd niet meer. Ik heb veel gesproken met scholen over onze rapportages en formuleringen, waarbij een van de struikelblokken was dat wij aangaven of er sprake is van onderpresteren. Dat gaf ook een spanning om het onderpresteren weg te nemen, wat juist meer discussie gaf tussen scholen en ouders, in plaats van een goede samenwerking. Eerlijk gezegd mis ik het gebruik van de term niet en geeft het juist de mogelijkheid om meer te praten over behoeften en nuances. Een voorbeeld:

Kees is momenteel aan het onderpresteren, omdat hij niet genoeg uitdaging krijgt. Hierdoor ontwikkelt hij onvoldoende vaardigheden die bij zijn talenten horen. Kees heeft meer uitdaging nodig om zijn vermogens verder te ontwikkelen.

Liever: Kees heeft behoefte aan passende uitdagingen en leermomenten. Het is niet altijd in zijn gedrag zichtbaar wat hij nodig heeft, omdat hij dit niet op eigen initiatief aangeeft. Dit vergt een goede samenwerking tussen ouders en school, om zo te starten met het bieden van uitdaging en te kunnen anticiperen op de reactie van Kees hierop.

Ik merk dat er geregeld discussie ontstaat wanneer mensen op zoek gaan naar het opheffen van onderpresteren. Maar wanneer je spreekt van niet-onderpresteren, precies passend of ‘op’ presteren is eigenlijk nooit duidelijk of meetbaar. Uiteindelijk wil je een happy kind zien die zich lekker ontwikkelt. Kinderen ontwikkelen zich in sprongen en er zijn veel redenen waarom verrijking niet aanslaat. Dit maakt gezond verstand, durven experimenteren en een goede samenwerking. Dit vergt niet de vraag ‘onderpresteert dit kind?’. Daarin komt een ‘erop of eronder’ vraagstuk, waarin mensen zich beoordeeld kunnen voelen en minder aandurven om creatief mee te denken en uitdaging te bieden.

Het recht om onder te presteren

Ten slotte denk ik dat het heel normaal is om op verschillende momenten niet naar je volledige potentieel te presteren. Ik denk ook dat er weinig mensen zijn die continu verwachten dat iemand alles waar maakt dat hij in vermogen heeft. Natuurlijk is het belangrijk dat kinderen elke dag iets nieuws leren op school en dat mensen bezig zijn met het stimuleren van een kind. Daarnaast is het ook menselijk om uit te stellen, moeilijke dingen te ontwijken en met minder moeite iets proberen te doen. Dat is niet per definitie onderpresteren, maar ook menselijk gedrag en normaal dat kinderen hierin uittesten. Soms is een kind gewoon een flapdrol die zijn werk niet af heeft, niet een onderpresteerder waar iets mis is. Het hoeft niet schadelijk te zijn en hoeft niet altijd de zorgelijke lading te hebben van ‘onderpresteren’. Dit vergt herpakken van de dagelijkse gang van zaken en open communiceren onderling. En natuurlijk blijven we dan kinderen alsnog leermomenten bieden.

 

Hiermee wil ik niet zeggen dat onderpresteren niet bestaat of een onbelangrijk onderwerp is. Op dagelijkse basis zie ik kinderen waar nog iets voor nodig is, wat er nog niet is. En kinderen (en volwassenen!) die om verschillende redenen niet lekker tot functioneren en presteren komen. Natuurlijk is daarin iets nodig en zijn er veel hoogbegaafde mensen die onvoldoende uitdaging krijgen, wat geregeld negatieve gevolgen heeft. Ik denk alleen dat de taal hierin anders kan en merk ook de positieve effecten op het moment dat we het anders gaan doen.

En dan ben ik nu wel klaar met al het typen van die term!

1 Reactie
  • Boriana Kadiyska
    Geplaatst op 12:22h, 09 januari Beantwoorden

    Verfrissende kijk op zaken! Dank je wel voor deze bijdrage!

Geef een reactie